Text Size

Artikelindex

Deel 2. Bemiddeling

 

 

ARTIKEL 10 – Opdracht tot bemiddeling, deeldiensten

De kern van een opdracht tot bemiddeling betreft het geven van advies over en het
voeren van onderhandelingen. Daarnaast staan, tenzij anders overeengekomen, de
opdrachtgever uit hoofde van een opdracht tot bemiddeling onder meer de volgende
deeldiensten ter beschikking:

- bespreking van en advies omtrent de mogelijkheden om tot de beoogde
overeenkomst te komen;
- verzorging en begeleiding van bezichtigingen;
- beoordeling van de waarde van de betreffende onroerende zaak;
- besteding van aandacht aan juridische, fiscale, bouwkundige en andere van
belang zijnde aspecten;
- begeleiding bij de afwikkeling.


Voor deze deeldiensten kan ook apart een opdracht worden verstrekt. Op deeldiensten
zijn deze voorwaarden van toepassing voor zover de aard van die bepalingen zich daar
niet tegen verzet.

Voor alle in dit artikel genoemde vormen van dienstverlening geldt dat de makelaar
tijdens of direct voorafgaand aan de opdracht, de onroerende zaak minimaal eenmaal
bezichtigd moet hebben.

ARTIKEL 11 – Verplichtingen van de makelaar

1. De makelaar dient zich te onthouden van het aanvaarden van meer dan één
bemiddelingsopdracht met betrekking tot een en dezelfde onroerende zaak.
Indien hij eerder een bemiddelingsopdracht heeft ontvangen betreffende een
bepaalde onroerende zaak, kan hij een nieuwe opdracht pas aannemen, nadat
de eerste opdracht aantoonbaar is beëindigd.

Indien uit twee of meer lopende bemiddelingsopdrachten door de makelaar
diensten moeten worden verleend met betrekking tot een zelfde onroerende
zaak, terwijl het verlenen van de dienst aan de ene opdrachtgever in strijd is
met het belang van de andere opdrachtgever, dan dient de makelaar dit
schriftelijk of elektronisch te melden aan zijn opdrachtgevers. De makelaar is
in dat geval verplicht om, uiterlijk op het moment dat het stadium van
onderhandelingen tussen beide opdrachtgevers wordt bereikt, overleg te
voeren met zijn opdrachtgevers. Dit overleg dient er toe te leiden dat één van
de opdrachten wordt opgeschort dan wel beëindigd. Het is de makelaar dus
niet toegestaan om betreffende eenzelfde onroerende zaak, aan meer dan één
opdrachtgever diensten te verlenen wanneer het verlenen van de dienst aan de


ene opdrachtgever in strijd is met het belang van de andere opdrachtgever,
ongeacht de wensen van de betrokkenen.

2. De consument wiens bemiddelingsopdracht op grond van het in het vorige lid
bepaalde wordt beëindigd is de makelaar geen enkele vergoeding, hoe ook
genaamd, verschuldigd met uitzondering van eventuele kosten zoals genoemd
in artikel 16 die de makelaar reeds in opdracht van de consument heeft
gemaakt.

3. De makelaar is niet gerechtigd tot het sluiten van overeenkomsten namens de

consument, tenzij deze hiertoe een schriftelijke of elektronische volmacht
heeft verleend.

4. De makelaar houdt zich bij het uitvoeren van de opdracht aan de Wet
Bescherming Persoonsgegevens (WBP) en de Wet Identificatie bij
Dienstverlening (WID).

ARTIKEL 12 – Verplichtingen van de consument

Het is de consument, behoudens andersluidende afspraken, niet toegestaan buiten de
makelaar om overeenkomsten tot stand te brengen, onderhandelingen te voeren,
gebruik te maken van soortgelijke diensten van anderen en/of activiteiten te
ontplooien, die de makelaar bij het vervullen van zijn bemiddelingsopdracht kunnen
belemmeren of zijn activiteiten doorkruisen.

ARTIKEL 13 – Courtage

1. De consument is de makelaar courtage verschuldigd indien tijdens de looptijd
van de bemiddelingsopdracht een overeenkomst met betrekking tot een
onroerende zaak tot stand komt. Dit geldt ook indien de overeenkomst niet het
gevolg is van door de makelaar verleende diensten, tenzij het een opdracht
betreft van een opdrachtgever-koper of –huurder en deze koopt of huurt buiten
het gebied waarop de opdracht betrekking heeft.

Onder de totstandkoming van een overeenkomst wordt tevens verstaan het
door opdrachtgever meewerken aan een handeling als gevolg waarvan de
onroerende zaak geheel of gedeeltelijk wordt verkocht, verhuurd of toebedeeld
aan de opdrachtgever en/of een derde en in verband daarmee de uitvoering van
de opdracht geen verdere voortgang vindt.

2. Tenzij anders overeengekomen is courtage ter zake van bemiddeling bij koop
of verkoop van een onroerende zaak eerst opeisbaar ten tijde van de juridische
levering van de onroerende zaak bij de notaris zonder dat de consument over
de periode tussen de verschuldigdheid van de courtage en de opeisbaarheid
daarvan rente is verschuldigd aan de makelaar.

3. Na beëindiging van de bemiddelingsopdracht als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub
b t/m e is de consument geen courtage verschuldigd indien er een
overeenkomst met betrekking tot een onroerende zaak tot stand komt, tenzij:

- de consument heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 12;
- de makelaar genoegzaam bewijs levert dat de totstandkoming van de
overeenkomst met betrekking tot de onroerende zaak het gevolg is van
dienstverlening van de makelaar aan de consument tijdens de looptijd van
de opdracht.



4. Bij overeenkomsten, waarvan de definitieve totstandkoming of de verplichting
tot uitvoering, krachtens een tot de overeenkomst behorend beding, afhankelijk
is van een opschortende of ontbindende voorwaarde, is ook het recht op
courtage daarvan afhankelijk, tenzij een van partijen of beide de betreffende
voorwaarde niet overeenkomstig de strekking hanteren.

5. Wanneer een tot stand gekomen koopovereenkomst door gebruikmaking door
de koper van de wettelijke bedenktijd (artikel 7:2 BW) wordt beëindigd,
vervalt het recht op courtage met betrekking tot deze overeenkomst.

6. Wanneer een courtageverplichting overeenkomstig het bepaalde in lid 3 van
dit artikel ontstaat, heeft de makelaar recht op een naar redelijkheid vast te
stellen deel van de courtage. Bij de bepaling hiervan wordt rekening gehouden
met reeds door de makelaar verrichte werkzaamheden, het voordeel dat de
consument daarvan heeft en de grond waarop de overeenkomst is beëindigd.

7. Wanneer een tot stand gekomen overeenkomst niet tot uitvoering komt,
behoudt de makelaar recht op volledige courtage, tenzij de niet-uitvoering het
gevolg is van toerekenbaar tekortkomen (wanprestatie) van de makelaar.

ARTIKEL 14 – Berekening courtage koop en verkoop

1. De courtage wordt berekend op grondslag van wat partijen hierover
overeengekomen zijn. Voor zover partijen geen grondslag voor de berekening
van de courtage zijn overeengekomen, gelden de navolgende leden van dit
artikel.

2. De courtage wordt berekend over de koopsom van de onroerende zaak

3. Onder de koopsom wordt verstaan het bedrag dat de koper aan verkoper
verschuldigd is, exclusief de kosten en rechten die op de overdracht vallen,
zoals overdrachtsbelasting, notariële kosten en kadastrale rechten.

4. Indien over de koopsom BTW verschuldigd is, dan wel deze in de koopsom is
inbegrepen, dan wordt de courtage mede berekend over het bedrag inclusief
genoemde belasting tenzij de koper gerechtigd is om de BTW in aftrek te
brengen.

5. Bij in aanbouw zijnde of nog te bouwen onroerende zaken wordt de courtage
berekend over de koop- en aanneemsom tezamen, dan wel over de verwachte,
uit de overeenkomst blijkende, bouwsom of stichtingskosten met inbegrip van
de BTW, tenzij de koper gerechtigd is de BTW in aftrek te brengen.

6. Bij koop en verkoop van een recht van erfpacht, dan wel van een opstal op
erfpachtgrond wordt de courtage berekend over het bedrag dat de koper en
verkoper als zodanig overeenkomen, vermeerderd met een bedrag gelijk aan
het tienvoud van de periodieke vergoeding op jaarbasis.

7. Bij koop en verkoop van een appartementsrecht wordt de courtage berekend
over de koopsom van het appartementsrecht.

8. Bij koop en verkoop van een lidmaatschapsrecht van een coöperatieve
vereniging tot exploitatie van onroerende zaken of van aandelen in
onverdeelde eigendommen wordt de courtage berekend over de koopsom van
het betreffende lidmaatschapsrecht of aandeel, zonder aftrek van het aandeel in
een eventuele hypothecaire lening.


9. Gelijkgesteld met koop- en verkoopovereenkomsten worden voor de
courtageberekening:

- ruilkoop;
- huurkoop;
- financial lease;
- koop en verkoop op afbetaling;
- koop en verkoop die niet zonder meer de verplichting tot levering bevat
- (economische eigendomsoverdracht);
- het vestigen van het recht van erfpacht of opstal.


10. Indien er roerende zaken in materiële zin en/of vermogensrechten
(bijvoorbeeld goodwill) worden gekocht of verkocht, en/of er tevens
schadevergoedingen, inschrijvingen, bijdragen en dergelijke aanspraken door
partijen jegens elkaar worden overeengekomen, wordt de courtage mede in
rekening gebracht over de koopsom van deze goederen en deze rechten.

ARTIKEL 15 – Berekening courtage huur en verhuur

1. De courtage wordt berekend op grondslag van wat partijen hierover
overeengekomen zijn. Voor zover partijen geen grondslag voor de berekening
van de courtage zijn overeengekomen, gelden de navolgende leden van dit
artikel.

2. Bij huur- en verhuurovereenkomsten met betrekking tot onroerende zaken
wordt de courtage berekend over de huursom, met inachtneming van de
overige hieronder vermelde bepalingen.

3. Onder de huursom wordt verstaan het bedrag dat de huurder en verhuurder
overeenkomen als vergoeding voor het enkel genot van de onroerende zaken
voor het eerste huurjaar.

4. De courtage wordt berekend over de huursom + BTW, indien dit van
toepassing is, tenzij de huurder gerechtigd is de BTW in aftrek te brengen.

5. Indien krachtens de overeenkomst in enig volgend jaar aan huur een ander
bedrag verschuldigd zal zijn dan in het eerste huurjaar en dit bedrag bij het tot
stand komen van de overeenkomst reeds bekend is, terwijl dit kennelijk een
andere strekking heeft dan het in gelijke tred houden van de huur met de
waardeontwikkeling van de euro, wordt voor de berekening van de courtage in
aanmerking genomen het totaal van die bedragen, gedeeld door het aantal
jaren waarop zij betrekking hebben.

6. Een gedeelte van een huurjaar wordt als geheel huurjaar gerekend.

7. Gelijkgesteld aan huur- en verhuurovereenkomsten worden voor de
courtageberekening:

- pachtovereenkomsten;
- ruilovereenkomsten;
- overeenkomsten tot ingebruikgeving;
- overeenkomsten betreffende een zakelijk recht van gebruik en
bewoning;
- andere vergelijkbare overeenkomsten, zoals financiële of operationele
lease.



8. Indien er roerende zaken in materiële zin en/of vermogensrechten
(bijvoorbeeld goodwill) mede worden gehuurd of verhuurd, wordt onder de
huursom mede begrepen de voor deze goederen overeengekomen huurprijs.
Worden de goederen mede gekocht of worden verkocht, en/of worden er
tevens schadevergoedingen, inschrijvingen, bijdragen en dergelijke aanspraken
door partijen jegens elkaar overeengekomen, dan wordt de courtage mede in
rekening gebracht over de koopsom van deze goederen en deze rechten.

 ARTIKEL 16 – Kosten

1. Tenzij anders overeengekomen vergoedt de consument bij opdracht voor
bemiddeling bij koop of huur de kosten die de makelaar ten behoeve van de
consument maakt. Ten aanzien van het maken van deze kosten en de omvang
ervan dient de makelaar tevoren met de consument overleg te plegen en
afspraken daaromtrent schriftelijk of elektronisch vast te leggen. Een en ander
geldt eveneens als de opdracht wordt opgeschort of eindigt door intrekking of
anderszins.

2. De consument is ter zake van een intrekking nimmer schadeplichtig. De
makelaar heeft terzake wel recht op vergoeding van reeds gemaakte kosten
zoals in het vorige lid bedoeld en, indien en voor zo ver bij het verstrekken van
de opdracht overeengekomen, op een percentage van het loon.

 

Onze gegevens

 

 

Hans Visser makelaars
valt onder:

Peters & Partners
Makelaars & Taxateurs
Keizersgracht 541
1017 DK Amsterdam
Tel:  +20 (0)20 2250033
Email: info@petersenpartners.nl
www.petersenpartners.nl